Karsten: “We spelen aanvallend, maar het moet beter”

Verhaal_Karsten_2.jpeg
  • Deel dit bericht via:

Het volgende verhaal komt uit de HHC Courant, check 'm in De Toren of hier!

Na het vorige seizoen, waarin we met de hakken over de sloot in de competitie mochten blijven, kon het niet veel slechter. Maar ervan uitgaan dat HHC Hardenberg weer om het kampioenschap meedoet, is een illusie. De kwaliteit van de verschillende clubs in de competitie ligt een stuk hoger dan in de Topklasse. Niets voor niets stelde Gert Jan Karsten als doelstelling om te handhaven en in de middenmoot te eindigen. Nu, veertien competitieduels later, is het tijd om de balans op te maken.

Karsten begon deze zomer aan zijn eerste volle seizoen bij de club. Na het jaar ervoor in oktober aangesteld te worden als interim-trainer, is hij nu nauw betrokken geweest bij de samenstelling van de selectie. Een groot deel van de spelers is gebleven en er zijn een aantal jongens bijgekomen. Aan de hand van drie pluspunten en minpunten nemen we met Karsten het seizoen tot nu toe door.

Pluspunt: aanvallend voetbal

“We spelen dat absoluut in de thuiswedstrijden”, vertelt Karsten. “We bouwen op van achteruit, hebben veel balbezit, zijn qua positiespel de bovenliggende partij en creëren veel kansen. En thuis gaan die ballen er ook in en scoren we veel.” Waardoor dat thuis wel lukt en uit niet, vindt Karsten lastig. “Ik denk dat het aan de grootte van het veld (veel ruimte, red.), de ondergrond en het publiek ligt. Mensen onderschatten dat laatste nog weleens. De supporters schreeuwen je over een dood punt heen. Dan ontstaat er zo’n sfeer, zoals bijvoorbeeld bij Kozakken Boys thuis (4-3 na 0-3). Het was toen een druilerige wedstrijd en dan ontstaat er iets en dan win je met die cijfers. Dan krijg je van de supporters net even de laatste vijf procent energie en doorzettingsvermogen. Maar eerlijk is eerlijk, we moeten ook het aanvalsspel in de laatste fase verbeteren.

Verbeterpunt: contrast tussen uit en thuis

Waar het op de Boshoek aardig gaat, is een uitwedstrijd moeilijk voor HHC Hardenberg. Vijftien van de twintig punten kreeg het team op eigen sportpark. “Je ziet ons spel verbeteren, we zijn attractiever dan vorig seizoen. En dat moet je ook laten zien in uitduels, maar dat hebben we onvoldoende gedaan. Hoe dat komt is lastig. Sowieso speelt het reizen en het thuisvoordeel van de tegenstander mee. En natuurlijk kunstgras. Zelfvertrouwen is de belangrijkste factor. We spelen graag met de steun van het publiek. Dat is uit ook wel, maar op de Boshoek is dat toch anders. We moeten op dit punt stabieler worden. Het is niet een onderwerp waar we veel nadruk op leggen, al moet het spel wel verbeteren om beter voor de dag te komen. We zijn vaak spel makend, maar hebben moeite om tot scoringskans te komen in de kleine ruimte. Dan komt het aan op details zoals inspelen, de bal wel of niet vasthouden en het afwerken zelf dat niet voldoende is. Dat is een mooie uitdaging.”

Pluspunt: collectief

“Persoonlijk doet het mij veel deugd dat we als collectief opereren. Dat is mooi om te zien”, vindt Karsten. “Er zijn natuurlijk uitzonderingen en incidenten, maar over het algemeen kunnen wij heel goed als team spelen. We werken hard op de training en in de wedstrijd, we zijn mentaal sterk en bereid om diep te gaan.”

Verbeterpunt: bij tegendoelpunten de scherpte kwijt

“Waar ik vind dat we mentaal en qua bereidheid om hard te werken het heel goed gaat, zie ik ook duels dat we goed voetballen, maar bij een tegengoal van slag raken. Bijvoorbeeld het duel tegen HFC Haarlem thuis. We spelen ze weg, maar krijgen een goal tegen en zijn van slag. Ook bij Maassluis was dat zo, een tegengoal wanneer je niet slecht speelt. Dan zijn we van ons a propos. We werken hard en samen, maar moeten dat op zo’n moment ook doen. Het hoort nou eenmaal bij het voetbal en je moet doen wat je altijd doet, namelijk doorgaan met voetballen. We moeten stoïcijnser worden en na tegengoals rustig verder gaan.”

Pluspunt: groepsproces

“Het is rustig en de spelers zijn tevreden. Een kern ligt zelfs al vast voor volgend seizoen. We hebben daarin alle wind in de zijlen. We draaien volgens doelstelling en het groepsproces gaat goed. Dat vind ik prettig. Op het moment van teleurstelling merk je dat de groep rustig en stabiel is, de week erop wordt er gewoon stoïcijns een resultaat neergezet. Dat is een mooi proces om mee te maken. Bij tegenslag werkt het niet door in de groep”, constateert de trainer. “We hebben een goede balans tussen dragende spelers en aanstormende talenten, daar ben ik het meest trots op. Het is bijna paradoxaal dat je aan de ene kant de week erna weer verder kunt, maar aan de andere kant moeilijk lastige momenten in een wedstrijd kunt ondervangen. Je moet vertrouwen hebben dat je kunt voetballen en kwaliteit hebt. Daar is het groepsproces belangrijk in.”

Verbeterpunt: voor geweldige achterhoede teveel tegengoals 

“Het doelsaldo is positief, maar voor en tegen ligt dicht bij elkaar. We moeten minder goals tegen krijgen. Dat we af en toe risico’s nemen waardoor tegendoelpunten ontstaan, dat snap ik. Maar op het moment dat je tegen Maassluis twee goals van dertig meter weggeeft, betekent dat je meer druk op de man moet zetten. Het zijn goals die ontstaan door individuele fouten. Dat probeer je in de trainingen, besprekingen en de mindset mee te geven. Als je niet mee springt, kan iemand binnenkoppen. We moeten die persoonlijke fouten reduceren.”

Door: Jermaine Ellenkamp
06 december 2017