Karsten: “We willen tussen plaats 6 en 9 eindigen”

20170415-HHC-BARENDRECHT-PERS-109_1.jpg
  • Deel dit bericht via:

Dit verhaal staat op woensdag 21 juni in de HHC Courant, een bijlage van Weekblad De Toren.

Gert Jan Karsten. Je zou het een optimist kunnen noemen, maar na afgelopen seizoen ook zeker een realist. Toen hij vorig jaar zijn eerste duel als hoofdtrainer van HHC Hardenberg beleefde, maakte hij een realistische schatting van het aantal benodigde punten. “We hadden 41 punten nodig”, zei Karsten destijds. En ja, zo geschiedde. Aan het eind van het seizoen waren het er exact zoveel. 

In dit interview blikken we met Karsten terug op het seizoen. We lieten hem de drie belangrijkste punten uit zijn voetbalvisie opnoemen, aan de hand van voorbeelden uit het afgelopen seizoen. Situaties waarin hij zag wat hij verwacht en momenten waarbij het slecht ging. 

Punt 1: In balbezit meer tot opbouw komen van achteruit

“Afgelopen jaar hebben we veel vanuit de omschakeling gespeeld”, legt Karsten uit. “De tegenstander de bal gunnen en dan reageren. Reactievoetbal eigenlijk. We willen het spel meer zelf bepalen. Verdedigend eerder druk zetten, waardoor we meer in balbezit komen, dus meer voetballen vanuit achteruit. Dan kun je iets meer risico nemen, zonder onverantwoord te zijn. Defensie was de eerste keus, vanuit een gesloten situatie de punten binnen sprokkelen. Nu willen we meer voetballen.”

“Een voorbeeld waarin dat goed ging was de wedstrijd tegen Excelsior Maassluis thuis. We hebben het eerste halfuur goed gespeeld. Wij hadden 75 procent van het balbezit. De goals die wij tegen kregen waren niet het resultaat van goed spel van de tegenstander”, gaat de trainer verder. “Achteraf kreeg ik veel kritiek op het interview, waarin ik zei dat het een goede wedstrijd was. En daar sta ik nog steeds achter. We hadden vier open kansen in de eerste fase van de wedstrijd, maar toch valt de hele wereld over je heen. Dat moet dan maar. Waar iedereen negatief was, keek ik objectief.” 

Het ging niet goed in de uitwedstrijd tegen TEC. “Dat was een schande”, roept Karsten zonder twijfel. “Dat was zo’n slechte wedstrijd. Op dat moment lag het aan de spanning, maar ook omdat wij de week daarvoor niet speelden. Wij hadden te weinig ritme en de tegenstander niet. We gaven de goals te snel weg, kwamen niet tot een opbouw, we hadden het veld te lang. We deden alles wat we niet moesten doen.” 

Punt 2: Aanvallend meer spelkansen creëren

“Als je met spitsen als Rob van der Leij en Rens van Benthum speelt, moet je dichter bij het doel zien te komen. In de eindfase van het vorige seizoen speelde Rob van der Leij niet, maar Sargon Gouriye. Als je focust op de omschakeling is dat beter”, noemt Karsten. “Maar, als je zoals beschreven bij punt één meer balbezit hebt, dan kun je dus ook meer spelkansen creëren.

En dat ging goed bij AFC uit, een van de laatste wedstrijden van het afgelopen seizoen. “We hebben toen ontzettend veel gecreëerd”, blikt de coach terug. “Het eerste halfuur hadden we meer moeten scoren. Maar ook na de 2-1 hebben we veel op de aanval gespeeld, maar te veel gemist. Je moet in zo’n duel ook wel. Je staat onder druk. Maar, zo kun je natuurlijk niet een heel seizoen spelen. Op de donderdag voor het duel besproken we hoe we zouden spelen als we achter zouden komen. En dat werkte goed. Je zag tijdens het seizoen dat we steeds fitter werden. Ik denk dat dat de leersom van de Tweede Divisie is geweest. Status en prestaties uit het verleden tellen niet, de fitste en krachtigste ploegen presteren het beste.”

Alweer noemt Karsten de pot tegen TEC als voorbeeld van hoe het niet moet. “Het was onwaarschijnlijk slecht. Ik kan mij niet herinneren dat wij ooit slechter speelden. Ook bij Sparta Rotterdam was het niet goed, maar toen speelden we niet slecht.” In het duel op het Kasteel maakte Dérian Reinders zijn debuut voor de club. “Toen zag je dat hij tijd en ritme nodig had. Hij heeft daar een poosje over gedaan, maar hij wist hoe het ervoor stond, wat we met hem wilden. De buitenwereld vond dat hij direct een basisplaats verdiende, maar wij gaven hem tijd. Dat heeft geresulteerd in dat hij een vaste kracht werd in het elftal.”

Punt 3: Verdedigend hoger komen te staan

“Als je dat doet, speel je ook aanvallender”, Karsten ziet het na voor zich. “Dan komt een speler als Rob van der Leij op de goede plek terecht. De eerste doelstelling is verdedigend hoger staan, dan meer positiespel van achteruit en meer initiatief in balbezit en dan ga je vanzelf meer kansen creëren. Dat zijn de drie punten die ik heb opgenoemd. Het moet stap voor stap en op een gegeven moment vallen alle puzzelstukjes in elkaar.” 

“Bij Spakenburg thuis deden we precies wat ik bedoel”, gaat hij verder. “Toen speelden we met de verdediging hoger. We wisten op dat moment niet dat zij het zo slecht zouden doen, die wedstrijd is namelijk altijd een kraker. En een ander voorbeeld waarbij het goed ging was het duel bij AZ. Een goede wedstrijd, als je kijkt naar de eerste helft. Eigenlijk hadden we 2-0 moeten maken. De eerste helft was verdedigend sterk. We kunnen op dat gebied een hele goede organisatie neerzetten. De uitdaging is dat we iets hoger spelen. De jongens die wij hebben kunnen prima in hun rug verdedigen. Soms is dat kwetsbaar, zoals in het laatste duel tegen UNA. Dan pakt Kevin Görtz rood. Al denk ik niet dat dat een overtreding was, maar hij kreeg ‘m wel.”

Waar het niet goed ging, was tegen Kozakken Boys. “Toen lieten we ons te ver terugzakken”, kijkt Karsten terug. “Maar ook tegen Maassluis. Daar spelen ze alle ballen op Kevin Vink, omdat wij te ver terugzakken. Dan komen zij sneller in onze zestien. Het komt erop neer dat als je twintig meter hoger staat, dan valt die bal in de zestien en ze niet van een afstandje kunnen scoren. Bij Kozakken Boys houdt Raily Ignacio bijvoorbeeld de bal vast, dat moet je voorkomen. Als hij van 40 meter moet schieten, dan doet hij dat niet of hij schiet in de handen van Sander Danes. In de duels die ik noem speelden we te ver terug. Dan valt de hele club over je heen dat het nergens op lijkt. Maar, door defensieve fouten wordt het positiespel niet aangetast. Dat was goed, als je kijkt naar balbezit. Maar doordat je verdedigend niet hoog genoeg stond, gaat het fout. Ik ben een liefhebber van voetbal, ik wil aanvallend spelen. Daarom heb ik bij de Europa League-finale, ondanks dat ik een groot supporter ben van AFC Ajax, gewoon de televisie uitgezet in de rust.”

Voorspelling Gert Jan Karsten:

-       68 doelpunten voor, 34 tegen

-       Minimaal 50 punten, 1,5 gemiddeld per duel

-       Eindigen tussen plaats 6 en 9 in de competitie

Door: Jermaine Ellenkamp
21 juni 2017